boekwinkel 

chronologie

 menings

 opstelle

 poësie

 satire

mediaverklarings

 aksies

 skrywers

 abba

 skakels

 briewe

 uit-BEELD

 uit-RAPPORT

 out-STAR

KRYT

 tuis

 

 

Ons sal weer opstaan

Uitzien naar die jongste dag

Door Simon C. Bax

Overleden, 90-jarige P.W. Botha, had meer op met ‘terrorist’ Mandela dan met ‘zakkenvuller’ De Klerk

In zijn slaap overleed eergisternacht  de voormalige Zuid-Afrikaanse staatspresident P. W. Botha, negentig jaren jong  én geestelijk zeer vitaal.  Hij had een mooie bijnaam:  “Die Groot Krokodil’’, vanwege zijn felle temperament. Een minister van financiën stuurde hij tijdens een kabinetsberaad eens naar huis met de mededeling zijn huiswerk over te doen. Botha deed al jaren rustig aan in een villa onder de uiterst toepasselijke naam  “Die Anker”, in het gehucht “Wilderness” bij George, aan de Afrikaanse zuidkust. Mandela en de Klerk bezochten hem daar. De eerste kwam er terug. De laatste preekte er binnen een half uur intrede en afscheid.

Neem deel aan die gesprek oor PW Botha op ons geselsforum.

Botha’s lichaam liet hem weinig grote bewegingsvrijheid meer toe.  In die zin lag hij voor anker.  Maar de van huis uit neocalvinistische Botha zegt na zijn aftreden te weten van een verandering in zijn leven en kent daarom, zo benadrukken hij en zijn tweede vrouw Barbara,  een ander  Anker:  de vaste rots van zijn behoud, Jezus Christus.  “Verankerd in Christus”.

Zijn jonge vrouw Barbara –zijn eerste echtgenote overleed- vertrouwt me toe dat beiden wederomgeboren christenen zijn.   Het boek van de piëtistische Andrew Murray –“Gods best secrets, 360 Devotions”- ligt op de eettafel is er het stille bewijs van. Dagelijkse kost voor mensen die dicht bij de Heere willen leven.  De voormalig diaken en ouderling uit de grote Nederduits Gereformeerde Kerk  brak met zijn kerk en was al jaren lid van de ‘Evangelisch Gereformeerde Kerk’.  ’Die vieren ook Geloftedag nog’, zegt hij veelbetekend.  Hij heeft ook een gematigd chiliastische visie ontwikkeld.

Het feit dat de ooit zo gevreesde maar ook  gerespecteerde president met respect en heel bewust praat over zijn aardse vader doet vermoeden dat hij ernstig rekening  houdt met zijn hemelse Vader. Hij is overtuigd protestant en toen hij niet om een bezoek bij de paus heen kon tijdens een staatsbezoek aan Italië raadpleegde hij eerst de eigen protestantse kerkelijke leiders, nam een Zuid-Afrikaanse Bijbel mee en sprak hij de paus niet aan als heilige vader maar als staatshoofd: “excellentie” dus.”

Wat heeft u van huis uit in geestelijk opzicht meegekregen?

 Van mijn aardse vader leerde ik het diepe ontzag voor Gods Woord, de roeping in dit leven én…. Dan volgt na een korte stilte maar  veelbetekenend:  de liefde voor Gods Kerk en het uitverkoren volk der Joden. Dat heeft mij gestempeld. Er was ook liefde voor de kerk hier en nu  maar ik heb gebroken met de NG-Kerk.

Ik ben geboren  op een boerderij op het platteland.  Mijn vader was verkenner tijdens de Anglo-Boerenoorlog. Vooral mijn moeder was een overtuigd christin.  Ik was altijd wel christen maar ik heb pas later  geleerd dat Jezus Christus mijn Verlosser was, Die ondanks mijn zonden en tekorten mij genadig is geworden.  Ik ervaar het zo dat Zuid-Afrika haar christelijke erfenis verkwanselt en mede daardoor een oordeel over zich haalt.  Pas op lange termijn, na bekering van het volksleven , geloof ik  in  een morele  opstanding van ons volk. Wij zijn net als het doornboompje.  Dat soms diep buigt maar  altijd weer opveert.  Dat betekent concreet in Zuid-Afrika: Iedereen moet ootmoedig  zijn zonde en schuld belijden voor de Heere.  Ik ook.  Zowel persoonlijk als ambtelijk.  Maar voor zo’n gekleurde oppervlakkige Verzoeningscommissie vond ik dat niet nodig.

Hoe was uw verhouding met Mandela en De Klerk?

De Klerk is in financieel opzicht rijk geworden van zijn daad om Zuid-Afrika aan het democratische één man één stem-systeem over te geven.  Hij kwam hier in mijn huis  niet verder  dan de koffie. Mandela at enkele keren mee met ons  al maakte ik mijn  zwarte opvolger duidelijk dat ik nooit met hem zou kunnen samenwerken. Ik legde het hem uit:  “omdat ik het niet heb op terroristen, noch op communisten  en vooral niet omdat ik in jou en het ANC tekenen ontwaar van de anti-christ.”  Ik voelde aan dat in Zuid-Afrika sneller dan verwacht het christelijke element zou verdwijnen.

 Maar  we liggen elkaar ondanks dat alles wel, we respecteren elkaar en zijn bovenal eerlijk  in de persoonlijke omgang.  Toen Mandela mij hier thuis vroeg weer aan het politieke en publieke leven deel te nemen onder de vlag van het zogenaamde  democratisch Zuid-Afrika, weigerde ik dat heel nadrukkelijk. Met de zojuist genoemde argumenten. Maar Mandela vroeg het me wél.

Toen de Klerk mij op een vrijdagmiddag belde om te vragen of hij langs kon komen  zei ik:  “Ja, maandagmiddag om kwart over vijf”.  Met een groot gevolg en veel lijfwachten -hij was zeker bang-  arriveerde De Klerk en werd hij  door mijn persoonlijke lijfwacht  -onderdeel van mijn pensioenpakket- de studeerkamer ingeloodst.  Het begon gelijk al heel leuk.  Kettingroker De Klerk vroeg mij of hij een sigaret kon opsteken.  “Neen, in mijn huis wordt niet gerookt”.

Kwam het tot een echt gesprek met hem?

Neen, bepaald niet. Eerst probeerde De Klerk nog of hij mij zo ver kon krijgen dat ik  bij  de zogenaamde Waarheids- en Verzoeningscommissie zou opdraven om verantwoording af te leggen.  Ik vroeg hem:  “Voor welke  waarheid staat die commissie?  Ik zet daar geen voet en vraag voor niets verontschuldigingen.”  “Zo daar kom hij het mee doen”. Ik bestrijd dan ook met kracht dat mijn zogenaamde gezondheid  oorzaak was van het niet gaan naar die commissie. Ik weigerde dat. Punt uit.

U zou De Klerk verwijten hebben gemaakt?

Inderdaad. De rest van zijn bezoek werd meer een monoloog  van  mij als een soort vader tegen de ontspoorde zoon:  “Ik zal jou vertellen hoe het zit. De Unesco bood jou geld en een beurs, de Franse president Mitterrand bood je een doctorsgraad en een internationale Joodse organisatie offreerde jou een eredoctoraat en geld, veel geld.  Ook de vredesprijs  werd je uitgereikt.  Ik zeg jou De Klerk, ze boden jou wat ze mij ook boden. Ik weigerde dat want zo wilde ik er niet financieel beter van worden maar jij werd er drie tot vier miljoen dollar rijker van.”

Hoe reageerde hij?

De Klerk, nog steeds rookvrij  in mijn studeerkamer, hapte naar adem en zei tegen mij:  “Je beledigt me, ik ga er van door, Ek loop”.  Hij ontkende het niet.  Toen  zei ik:  dat is het beste,  maar ik zal mijn vrouw even roepen, dan kun je bedanken voor de koffie.  Zo gezegd zo gedaan.  Mijn eerste vrouw, die betrekkelijk kort daarna overleed, kwam binnen, wachtte De Klerks bedankje niet af maar deed nog eens dunnetjes over wat ik al had gedaan.  Rond kwart voor zes verliet hij met de staart tussen de benen ons huis.

Maar Mandela kwam terug?

Jazeker.  Hij bezocht me enkele malen.  Theologisch en politiek stonden we mijlen ver uit elkaar maar omdat we tegen elkaar volslagen eerlijk waren en vanwege onze karakters, denk ik, lagen we elkaar.  Daarom dat hij mij ook vroeg om op de een of andere manier in zijn regering een post  te bekleden.  Maar dat wilde ik niet. Als hij komt, eet hij mee. Ik heb met hem die ik als terrorist beschouw dus duidelijk meer op dan met de zakkenvuller De Klerk.

U is wel verweten  in de Tweede Wereldoorlog pro-Duitse sympathieën te hebben gehad?

En op lange termijn was apartheid toch niet houdbaar?

Het is duidelijk  dat blanke Zuid-Afrikaners die familie verloren in Engelse kampen niet pro-Brits zijn.  Maar vanwege onze liefde voor het Joodse volk waren we beslist anti-nazi en mijn wens was om net als Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal te blijven. 

Ik zie vooral nu ik terugkijk in de geschiedenis van ons volk een voortdurend afglijden en het veronachtzamen van Gods geboden.  De christelijke godsdienst is in ons land oppervlakkig geworden, Gods naam is uit de grondwet. Ik verwacht weinig van de nabije toekomst maar  leef in de vaste overtuiging dat op termijn ons land weer zal opstaan.  We zullen echter eerst door een diep dal gaan, geestelijk en maatschappelijk.  Nu hebben we een volslagen seculiere staat waarin communistische ideeën  en de islam grote invloed hebben.  Ik heb in onze situatie wat tegen die  Amerikaanse vorm  van democratie die inmiddels is ontaard in een Xhosa-dictatuur.  De Verenigde Staten hebben dat doorgedrukt. Met name president Carter en ik verschilden van mening.  Met Reagan kon ik beter door één deur.

U hield ooit de als een keerpunt aangekondigde Rubiconrede. Maar dat was helemaal geen keerpunt. Hoe zat dat eigenlijk?

Mijn toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Pik Botha, had al onze ambassadeurs opgeroepen de media in hun land in te lichten over die zogenaamde Rubiconrede  -de naam is bedacht door Pik Botha-.  Ik zou voor een congres in Durban spreken over politieke  ontwikkelingen op lange termijn maar had helemaal geen “Rubicon- ideeën”. Deze minister wilde mij alleen maar beschadigen  en dat lukte aardig.  Als ik hem tegenkom, die kans is minimaal, “sal ek hom kaalskop’.

Om terug te komen  op apartheid, dat kon toch niet voortduren?

 Mij stond het confederale systeem voor ogen waarin de verschillende volken niet over elkaar zouden heersen.  Nu is er echt dictatuur onder het mom van democratie. Verschillende zwarte volken maar ook veel blanken zijn daar het slachtoffer van.  De toekomst van Zuid-Afrika ligt weliswaar in Gods hand maar ik geloof dat alleen terugkeer naar Gods geboden heilzaam is. Tegelijk  geloof ik dat een confederaal systeem de beste waarborgen biedt voor het welzijn van alle volken in ons land. 

Een vraag aan u beiden. U benadrukt evangelische christenen te zijn. Hoe vond u elkaar en wat is uw beider levensovertuiging?

Barbara Botha:  Ik was al overtuigd ‘wederomgeboren’ christin. Ik ontmoette mijn huidige man tijdens de presentatie van een van zijn biografieën.  Ik kreeg, toen ik hem zag, met kracht in mijn  hart, van de Heere, dat ik met hem zou trouwen. Maar hij vroeg niets.  Korte tijd later was hij met een ander verloofd.  Ik ging naar mijn kinderen in Engeland.  Na mijn terugkomst bleek zijn verloving verbroken.

Hij belde mij en vroeg of ik een weekend kwam.  Ik ging, maar kort na aankomst voelde ik dat ik niet in zijn huis kon blijven logeren. Ik ga weer zei ik hem en pakte mijn tas met spullen. Toen we naar de deur liepen zei ik:  “Weet je wat wij fout doen?  We hebben de Heere niet gevraagd naar Zijn wil en Zijn leiding in ons leven. We moeten samen bidden.”  Toen ging hij voor in gebed en vroeg om Gods leiding.  Ik ben toen weggegaan maar snel daarna trouwden we. We leven intens mee met de Evangelisch Gereformeerde Kerk en verwachten beiden de wederkomst van de Heere.

Botha:  Ik heb daar weinig aan toe te voegen: Jezus Christus is alleen de Weg, de Waarheid en het Leven. Ondanks al mijn zonden was hij mij –onverdiend- genadig. Ik zie uit naar de jongste dag.

Simon C. Bax  is bestuurslid van Stichting Comité Zuid-Afrika (COZA) en bezocht enkele weken geleden P.W. Botha thuis. De uitgebreide versie van het interview verschijnt in het komend nummer van de Stichting.  

Neem deel aan die gesprek oor PW Botha op ons geselsforum.

02 November 2006 11:23:58 AM